Chili, Chiloé

21-22 december 2017

’s Ochtends komen we aan op het vliegveld van Puerto Montt. Uit meerdere hoeken hebben we vernomen dat Puerto Montt niet de moeite waard is om heen te gaan & ook dat het niet al te veilig schijnt te zijn. We weten dat we hier dus niet willen blijven, waarschijnlijk een auto willen huren, maar we hebben geen idee of de omgeving geschikt is voor een roadtrip. Na wat oriëntatie op het vliegveld en navraag bij het toeristeninformatie punt, regelt de mevrouw achter de balie een man die ons aan een auto kan helpen. De huur van een auto valt hier ten opzichte van Puerto Madryn in Argentinië best wel mee. We gaan akkoord met zijn aanbod en krijgen een prachtige Renault Symbol tot onze beschikking. We besluiten naar het eiland Chiloé te rijden en daar een dagje rond te rijden en te overnachten. We rijden richting veerboot en doen voordat we aan boord gaan nog wat boodschappen bij een grote supermarkt. We rijden de veerboot op gewapend met snacks, fris & Spotify muziek uit de speaker. Het gevoel van vrijheid stroomt weer door onze aderen, wat is het toch fijn om lekker zelf rond te kunnen cruisen in een autootje!

Chiloé ligt in het zuiden van Chili in de regio Los Lagos (het merengebied). Het is het op een na grootste eiland in Zuid-Amerika, na Tierra del Fuego. Een bezoek aan Chiloé is als het betreden van een magisch rijk – de bewoners hebben een unieke folklore en culinaire tradities, terwijl het eiland zelf een land van mythes en legendes is. Je rijdt door prachtige glooiende landschappen met zo af en toe mini dorpjes met prachtige houten kerkjes, die ooit zijn gebouwd door jezuïtische missionarissen en uitgeroepen tot werelderfgoed door de UNESCO.

Het grootste dorp van Chiloé, Castro, heeft kleurrijke huizen op palen die palafitos worden genoemd. De eerste palafitos werden gebouwd voor de handel tijdens de houtkap in de late 19e eeuw en zijn sindsdien een grote aantrekkingskracht op toeristen.

Als je je mazzel hebt kan je helpen met een “Minga”, een traditie op Chiloé die eeuwen teruggaat, met het idee dat wanneer een Chilote om hulp vraagt, ze bij de andere in het krijt staan. Tijdens La Minga zagen ze de palen onder hun palafito door en met hulp van de gemeenschap verplaatsen ze zo hun hele huis! Boomstammen worden gebruikt om een ​​rollend effect te creëren als ze over land willen verhuizen. Als ze echter naar de andere kant van de archipel willen verhuizen, moeten ze over water en dan wordt het huis gewoon achter een boot gebonden en zo van de ene kant naar de andere verplaatst.

We rijden een paar uur langs de kust, door de regen, over onverharde wegen richting Castro, waar we de nacht willen doorbrengen. We spotten de eerste kerkjes & palafitos en genieten van onze vrijheid in de auto. In Castro gaan we opzoek naar een hostel en vinden Hostel don Miguel op een prima plek in het centrum. We kunnen de auto zelfs in de garage kwijt, wat ook wel een fijn idee is. We chillen wat op bed in het hostel en besluiten om daar gewoon te blijven en een broodje te eten als avondeten. De volgende dag leggen we onze spullen in de auto en lopen we een rondje door Castro heen. We halen wat boodschappen in de supermarkt om de hoek van het hostel en merken hier pas echt dat het bijna kerst is. De supermarkt is namelijk overvol met mensen die aan het hamsteren zijn voor een mooi kerstdiner! We verlaten Castro bewapend met ontbijt, lunch & snacks om de rest van het eiland te verkennen.

We rijden richting Chiloé National Park. Een park van 430 vierkante kilometer dat uitkijkt over de Pacifische kust. Het heeft een altijdgroen bos met een grote verscheidenheid aan dieren; 110 verschillende soorten vogels, vossen en ‘s werelds kleinste hert; de pudú. Wij hopen natuurlijk vooral die laatste twee te gaan spotten! Aangekomen bij het park trekken we toch onze wandelschoenen aan en vertrekken we voor een paar uurtjes wandelen door de omgeving. Er zijn een paar kleine trails die we gemakkelijk lijken te kunnen lopen. Eén zijtak van een trail blijkt toch iets minder makkelijk dan van te voren gedacht, het pad is namelijk na de regenval van gisteren veranderd in één grote modderpoel in een jungle-achtige omgeving. Fanatiek als we zijn besluiten we bij de tweede ingang van dit pad toch erin te gaan en al puzzelend springen we van de ene naar de andere kant van het pad om zo min mogelijk modder op onze schoenen te krijgen. Ondertussen vergeten we op te letten op de omgeving en zien we helaas geen spannende gifgroene kikkers, die we volgens de borden wel hadden kunnen spotten. Een andere trail brengt ons naar de zee, waar we aan het eind een bui op ons dak krijgen. Helaas kunnen we niet helemaal naar de zee komen en brengt dit pad een eind aan ons avontuur in dit park. We lopen terug naar de auto en rijden richting de veerboot om onze weg te vervolgen naar Puerto Varas. Onderweg rijden we nog een heuveltje op in Ancud, waar we een mooi uitzicht hebben over de zee en dit durpie en daar haalt Reni nog even het kind in haar naar boven op de schommel.

 

Comments are closed