Colombia, Salento

30-01 februari 2018

Als we met het vliegtuig in Pereira aankomen nemen we een taxi naar de busterminal, waar we vrijwel meteen door kunnen met de bus naar Salento. Salento is een soort mekka voor backpackers. De Spaanse koloniale stad ligt in de glooiende groene uitlopers van de Andes en staat bekend om de levendige ambachtelijke markt, de rijke natuurlijke schoonheid en de ongelooflijke selectie aan koffie.

We komen in de middag aan in Salento en hoeven maar 50 meter te lopen vanaf de bushalte naar Hostal El Zorzal. Een mooi hostel, met een fantastische tuin waar we lekker kunnen chillen in hangmatten en vogeltjes kunnen spotten in de voederbakken. Als we geïnstalleerd zijn lopen we naar het centrum om wat te eten. We komen al vrij snel langs Brunch de Salento, waar we een burger besluiten te eten en deze smaken niet verkeerd! Later komen we erachter dat dit tentje ook hoog in de ratings op TripAdvisor staat, niet gek dus dat het smaakte. Na de lunch lopen we door de heuvel op naar het centrale plein en daarna verder naar het uitkijkpunt over het dorp.

Na het dorp verkend te hebben lopen we terug naar het hostel en springen we de hangmatten in. Als de zon onder begint te gaan, lopen wij het dorp weer in naar Los Amigos voor een spelletje tejo. Tejo is Colombia’s nationale sport en bestaat eigenlijk uit het gooien van grote stukken metaal naar envelopjes buskruit op een hoefijzer in een bak met klei, totdat ze letterlijk exploderen! Tof! Dit alles onder het genot van een drankje maakt dit toch wel de droom-backpackers-sport. Na een tijdje met stukken metaal te hebben gegooid en een paar biertjes te hebben gedronken houden we het voor gezien, het is toch iets minder makkelijk dan we dachten. Na het potje tejo lopen we verder het dorp in om een hapje te eten. We vinden een plekje waar René forel eet en Reni zeekarper. De forel is een echt streekproduct en is dan ook heerlijk, maar helaas is de zeekarper eerst van binnen nog bevroren en even later dus veel te lang en hard gefrituurd. Helaas!

Op de eerste volle dag in Salento gaan we vroeg op weg naar de betoverende Cocora vallei. In deze vallei bevindt zich de waspalm, ‘s werelds hoogste soort palm. Deze torenhoge cartooneske bomen, schilderen een surrealistisch beeld in de vallei. Vanaf het centrale plein in het dorp springen we ’s ochtends om 08.00u in de jeep en rijden we rechtstreeks naar de trailhead. Vanaf daar lopen we door een nevelwoud richting Acaime Natural Reserve, wat een hut is waar tientallen kolibries rondvliegen. Na een pauze met chocolate con queso, oftewel warme chocolademelk met kaas. Colombiaans gebruik is dat de de kaas ín de warme chocolademelk gaat, dus dat proberen we dan ook maar – niet eens zo heel erg vies. Na een pauze – met véél foto’s om die snelle kolibries er een beetje knap op te krijgen – gaat de wandeling verder omhoog over de steile valleimuren. We lopen eerst richting Estrella de Agua, denkende dat dit de juiste weg is. We komen er na zo’n twintig minuten klimmen achter dat we niet het juiste pad hebben genomen en moeten dus weer 20 minuten teruglopen om wel de juiste weg in te slaan, bummer!  Na een aardige klim komen we boven op de berg aan en mogen we lekker uit hijgen en genieten van een prachtig uitzicht. We eten een broodje en lopen daarna weer verder de vallei in richting de honderden waspalmen. Als we daar aankomen proberen we ook daar een broodje te eten, maar het waait nogal, waardoor dat plan in het water – of in het zand – valt. We lopen een stukje verder waar we iets meer beschutting hebben en genieten van onze broodjes kaas. We lopen terug richting het dorp waar we zijn afgezet met de jeep en pakken daar na 10 minuutjes in de wachtrij een jeep terug naar het centrale plein van Salento. In de middag duiken we weer de hangmatten in, ’s avonds eten we verrukkelijke burrito’s bij El Patio De Mi Casa en spelen we daarna een spelletje pesten bij de plaatselijke buurtkroeg.

De laatste dag kunnen we in de ochtend nog een wandeling maken naar een plaatselijke finca, waarna we zullen vertrekken met de bus van 14.00u richting Riosucio. Daar slapen we één nachtje, om de bus van 08.00u richting het prachtige Jardín te kunnen nemen. Maar eerst dus naar een finca, want je kunt niet echt het hart van de Colombiaanse koffie regio bezoeken zonder naar een koffieboerderij te gaan, toch!? We lopen richting de biologische koffieboerderij Don Elias, welke we na een uurtje lopen door een prachtig landschap zouden moeten kunnen bereiken.

In tegenstelling tot een aantal andere plaatsen in het gebied, wordt de Elias-boerderij door een familie gerund – een factor die van meet af aan duidelijk is. Toen we de voortuin binnenliepen, werden we begroet door een aantal verschillende mensen die op een gebroken sofa op de veranda zaten. We werden naar een bankje verwezen en gevraagd of we een kwartiertje wilden wachten op de volgende Engelse tour. We schudden de echte Don Elias de hand, spelen een spelletje ringen gooien en knuffelen wat met de puppy’s die rondlopen op het terrein. Na een tijdje arriveren er nog 3 andere jongemannen, waarmee we uiteindelijk de tour gaan doen, helaas niet begeleid door de Don, maar door een andere medewerker.

We wandelen langs smalle met gras begroeide paden tussen de eindeloze struiken. We pauzeren elke tien meter, waar ons elke keer wat anders wordt uitgelegd. Hij legt uit dat de Elias-familie ook verschillende fruitsoorten verbouwt omdat ze bijdragen aan het algehele welzijn van de koffieplanten. Ze zorgen er namelijk voor dat er geen pesticiden gebruikt hoeven te worden, omdat de insecten automatisch naar het nog zoetere fruit worden gelokt. Ook bloeien er verschillende soorten heliconia’s – net als in de jungle in de Amazone bij Iquitos – die ervoor zorgen dat de kolibrietjes door bestuiving het verbouwingsproces wat sneller laten gaan. Ook wordt er maïs verbouwt op de stukken waar nu nog baby koffieplantjes staan, om een extra centje bij te verdienen. We mogen de rijpe, rood-paarse koffiebonen ook proeven en die zijn tot onze verbazing heel zoet. We worden meegenomen door het proces van fermenteren, drogen en branden en we malen uiteindelijk onze eigen koffie. De koffie gaat in een filter die gemaakt is van een kous van oma – nee, niet echt natuurlijk, maar zo ziet hij er wel uit. Het duurt even tot al het water door de filter heen is, maar daarna mogen we dan eindelijk genieten van de koffie. Zelfs René maakt een uitzondering en drinkt er eentje – met heel veel suiker – mee. Het is een fantastisch lekker bakkie! De rest van onze groepsgenoten kopen allemaal een pak, waar wij alleen betalen voor de tour, omdat we geen zin hebben om een pak koffie nog maanden mee te zeulen. Ze verkopen overigens alleen aan lokale mensen en toeristen, er wordt helemaal niets van de productie geëxporteerd. We praten nog wat en vragen uiteindelijk of we via een andere weg terug kunnen lopen naar Salento. Dit kan; we nemen een andere route en gaan uiteindelijk nog een stukje met de bus terug naar het dorp. Reni wordt ondertussen nog gebeten door een hond, maar gelukkig bijt hij niet door haar broek heen. Bij het hostel eten we nog een broodje en om 13.50u lopen we richting de bus die ons naar Pereira gaat brengen.

In Pereira komen we na een uurtje aan en daar boeken we een busticket naar Riosucio. Deze rit zou een drie uur durende reis zijn, maar die wordt uiteindelijk vertraagd naar vijf uur omdat er wegwerkzaamheden zijn. Als we in het donker aankomen in Riosucio lopen we naar Hotel Real Plaza, waar we deze nacht zullen verblijven. We besluiten een hapje eten te gaan scoren en komen erachter dat het feest is in het stadje. Er wordt feest gevierd ter ere van de Maagd van de Candelaria. In Riosucio (Caldas) wordt dit feest beschouwd als gemeentelijk erfgoed en wordt daardoor elk jaar groots gevierd met als centrale dag 2 februari. Er wordt ook elke dag flink wat vuurwerk de lucht in geschoten. We komen erachter dat er flink wat restaurants – waarschijnlijk door de Maagd van de Candelaria – gesloten zijn. Uiteindelijk eten we een pizzapunt en een hotdog op het plein waar het feest volop aan de gang is en worden we aangestaard door veel locals, omdat ze hier blijkbaar niet helemaal gewend zijn aan gringo’s. We drinken nog een biertje in één van de vele kroegen, waar we meteen gezelschap krijgen van – wat later blijkt – een zwerver die ook een aantal jaar in New Jersey heeft gewoond. Hij verteld wel tien keer dat hij écht geen slecht mens is, waardoor we hem uiteindelijk toch iets minder vertrouwen. Hij wilt ons graag meenemen naar een discotheek voor wat danslessen, waar hij vast en zeker een uurloon voor in return wilt. We besluiten na één biertje het voor gezien te houden en geven hem nog wat wisselgeld als uiteindelijk dan toch het hoge woord eruit komt en hij ons om geld vraagt. Zo snel als we kunnen lopen we terug naar het hotel en duiken we ons bed in.

De volgende ochtend gaat de bus als het goed is om 08.00u en lopen we rond half acht die kant op. We hebben nog geen ticket, maar dit blijkt uiteindelijk ook niet nodig te zijn. We stappen een fantastisch mooie bus in; een soort houten, kleurrijke hop-on hop-off bus met allerlei mooie sierlijke illustraties. Het belooft een hobbelige, drie uur durende weg over onverharde paadjes te worden, maar we worden vergezeld door een Duitse jongen; Matthias, waardoor de tijd vrij snel voorbij vliegt.

 

Comments are closed