Guatemala, Río Dulce

25-27 april 2018

San Felipe de Lara

25-26 april

In het centrum van Lanquin halen we de rest van de passagiers op die ook naar Río Dulce gaan. De bus zit vol, maar wij hebben gelukkig de beste plekken doordat we als eersten bij de lodge zijn opgehaald. De rit gaat langzaam, omdat we wederom over onverharde wegen richting de rivier rijden. Alleen het laatste stukje is over wegen zoals wij ze kennen; gladgestreken asfalt! Onderweg stoppen we nog bij een klein eettentje, waar onze chauf zijn gratis lunch naar binnen werkt en de rest ook iets haalt. Wij kopen een ijsje, wat heerlijk verkoelend is in de enorme hitte. Er zijn een aantal kindjes die met smekende ogen zitten te kijken hoe wij onze ijsjes eten, waardoor we uiteindelijk nog wat ijsjes halen en deze uitdelen. Ook de hond en het eendje krijgen wat restjes eten van de anderen en de ijsjes worden gretig uit onze handen gegrist door de kindjes. Zodra we wegrijden zien we ze naar binnen rennen, waardoor wij denken dat ze de ijsjes bij papa in moeten leveren, maar dat is gelukkig niet het geval. Ze ruilen ze om voor de smaak die ze zelf graag willen – prima!

Om één uur komen we aan in Río Dulce, een transportknooppunt en toegangspunt voor uitstapjes langs de rivier en naar de stad Lívingston. Het is eigenlijk één lange, treurige, rechte weg met allerlei kleine winkeltjes die zo naar de haven loopt. De stad Río Dulce – genoemd naar de rivier die vanaf hier naar het oosten stroomt – bezet de meest oostelijke grens van het Izabal meer en het bestaat eigenlijk uit twee steden, Fronteras en El Relleno, hoewel dat onderscheid snel vervaagt.

Niet ver van Fronteras ligt San Felipe de Lara met het kasteel van San Felipe, gebouwd door de Spanjaarden in 1652. In dit dorp zoeken wij ons eerste onderkomen aan het meer van Izabal. We zoeken eerst een pinautomaat op en daarna een collectivo die ons naar het dorpje kan brengen. Het lijkt erop alsof we naast of ín het kasteel slapen, maar helaas blijkt dat niet zo te zijn. Op Booking.com en maps.me staat het hotel gewoon niet goed aangegeven. Gelukkig rijden we met de collectivo precies langs Hotel La Cabaña el Viajero, waardoor we op tijd kunnen stoppen.

We checken in en zoeken verkoeling in het ondiepe zwembad. Als we weer wat zijn afgekoeld gaan we op pad naar het kasteel van San Felipe. Het fort werd gebouwd als een afschrikmiddel voor piraten, die de Río Dulce zouden bevaren om voorraden te plunderen. Zo’n dertig jaar heeft het zijn functie goed uitgevoerd, maar in 1686 veroverde en verbrandde een piratenmacht het kasteel. Tegen het einde van de volgende eeuw waren de piraten verdwenen uit het Caribisch gebied en dienden de stevige muren van het fort als een gevangenis. Uiteindelijk werd het fort verlaten en werd het een ruïne. Het huidige fort werd in 1956 gereconstrueerd. Het is echt een mini fortje, waardoor we er snel doorheen gaan. We kunnen niet helemaal uitvogelen waar en hoe de gevangenen hebben vastgezeten en ook bij de rest van het fort kunnen we niet duidelijk zien waarvoor en hoe het gebruikt werd.

Reni voelt zich niet helemaal goed en dat wordt helaas niet veel beter naar gelang de wandeling duurt, waardoor we snel weer terug naar het hotel wandelen. Onderweg haalt René nog wat te eten, twee tortilla’s met allerlei lekkers erop. Reni kijkt half kokhalzend toe en als René zijn buikje heeft gevuld gaan we terug naar het hotel, waar Reni zich lekker in de lakens wikkelt. René brengt wat tijd door aan het zwembad en ‘s avonds eten we een hapje in het restaurant van het hotel.

Lívingston

26-27 april

De volgende dag doen we de ochtend lekker rustig aan, liggen we lekker in en bij het zwembad en vertrekken we pas in de middag naar Lívingston. Deze stad is alleen per boot bereikbaar, dus we hebben geen andere keus dan het water op te gaan. Gelukkig is het een mooie bootrit door steile canyons die Lake Izabal met de zee verbinden. Bij het hotel kopen we een bootkaartje, waarna we naar restaurant Rositas gestuurd worden. Daar zouden we opgehaald moeten worden, maar als we daar aankomen blijkt het een privé dok te zijn en weten de mensen daar niks af van een boot die ons op komt pikken. Een beetje radeloos staan we daar om vijf voor half drie en bedenken we wat we het beste kunnen doen. We besluiten te bellen naar het hotel, want teruglopen gaat te veel tijd kosten – mocht er wel een boot komen, kunnen we beter gewoon bij Rositas blijven. Op het moment dat we bellen komt er een bootje recht op het dok af varen en blijkt het de onze te zijn. Opgelucht stappen we snel in en nog steeds een beetje verward nemen we plaats in de boot.

We blijken op een soort boottour terecht te zijn gekomen, want we varen nog langs het kasteel van San Felipe. Het eerste stuk varen we langs allerlei gigantische resorts en huizen waar enorme jachten liggen geparkeerd – duidelijk een plek waar de rijken willen wonen, alhoewel wij dat niet helemaal begrijpen. Later varen we langs allerlei huisjes van de Garifuna bevolking. Deze bevolking is hier gekomen toen zij honderden jaren geleden als slaven werden vervoerd op een schip en de overlevenden na een schipbreuk hier aan de kust zijn aangespoeld. Ze hebben op deze plek een nieuw bestaan opgebouwd. Tijdens de Guatemalteekse burgeroorlog, verhuisden inheemse Quichemartanen ook in grote getale naar dit gebied om aan het geweld te ontsnappen. Tijdens de boottour varen we nog langs een vogeleilandje en stoppen we bij warm waterbronnen.

Aangekomen in Lívingston lopen we naar Hotel y Restaurante Casa Escondida, waar we inchecken en in het zwembad springen. Na een korte duik gaan we op pad om Lívingston een beetje te verkennen. We lopen een rondje door het dorp heen en gaan in de avond wat eten bij Casa Nostra aan de kust, op aanraden van onze hoteleigenaar. René besteld garnalen in knoflook en Reni een soort nasi. Binnen no-time hebben we er twee kattenvriendjes bij die azen op de garnaaltjes van René.

Op onze laatste dag worden we wakker in een oranje bed, wat wel grappig is omdat het vandaag Koningsdag in Nederland is! Helaas missen we het grote feest en zijn we ook geen andere Nederlanders tegen gekomen om het mee te vieren. We stappen vrij vroeg weer de boot in terug naar Río Dulce, om vanuit daar de bus naar Flores te pakken. Tijdens de boottocht zetten we nog iemand af bij de tandarts, wat bijzonder is om te zien, omdat de tandarts in een soort woonboot opereert midden op het Izabal meer. Ook zetten we een ander stel af die gaat hiken in de buurt en halen we bij wat hotels aan het meer nog mensen op.

In Río Dulce regelen we buskaartjes en nemen we uiteindelijk plaats in de bus van half twaalf naar Flores die een kwartier te laat is, waardoor wij hem nog net kunnen pakken. Anders hadden we moeten wachten op de bus van half twee, dus dat scheelt weer een paar uurtjes wachten – yes! We nemen plaats achterin de bus, waar het een sauna is. Er wordt warme lucht naar binnen geblazen en het raam lijkt niet open te kunnen – uh-oh. Gelukkig helpt de chauf ons even later om het raam – die kapot blijkt te zijn – open te krijgen, waardoor we hem vast moeten houden. Hem dicht doen is geen optie, maar een paar uur dat raam vasthouden is ook niet echt fijn. Reni lost het vraagstuk op door het raam met een touwtje vast te binden aan de stoel, wat aardig lijkt te werken.

 

Comments are closed