Nicaragua, Little Corn Island

01-06 april 2018

Om twee uur stappen we ons kleine vliegtuig in, die ons naar Big Corn Island gaat brengen. Na nog niet eens een uurtje in de lucht te hebben doorgebracht zet onze luchtkapitein de landing alweer in. Keurig op tijd landen we op Big Corn Island, de grote broer van Little Corn Island, waar we eigenlijk heen willen. We wachten tot onze bagage uit het ruim wordt gehaald en uitgedeeld wordt, waarna we de taxi instappen naar de haven, voor het vaste tarief van twintig córdoba per persoon.

Aangekomen in de haven moeten we een tijdje wachten voordat de boot gaat. Een boot die helemaal volgepropt wordt met mensen en hun bagage, tot er niemand meer bij kan. Als je pech hebt met het weer wordt het ritje ook niet heel aangenaam. Na een tijdje wachten kunnen we eindelijk de boot in en wordt hij inderdaad tot de nok toe volgeladen met mensen. In eerste instantie zitten we oké met vier mensen op een rij, maar dat is niet vol genoeg en het rijtje wordt aangevuld met een big momma die tegen Reni zegt: “If you don’t make space I’ll squeeze you!”. Zo gezegd, zo gedaan. Heel veel meer ruimte is er niet meer, dus we zitten inderdaad knus op elkaar gepropt. And off we go! Er volgt een bumpy, of eigenlijk wavey ritje met zo af en toe een golf aan zeewater over ons heen. Gelukkig zitten we nog op een aardig goeie plek in de boot en komen we niet – in tegenstelling tot sommige anderen uit de boot – helemaal doorweekt aan op Little Corn.

De Corn Islands liggen 70 kilometer ten oosten van de Caribische kust van Nicaragua. Little Corn Island is de minder ontwikkelde en bezochte van de twee eilanden, wat het meteen speciaal maakt. Het eiland is omgeven door het uitnodigende, warme en kristalheldere water van de Caribische Zee. Het is een plek waar je echt kunt ontspannen en loskomen van de rest van de wereld. Je dagen kunnen doorgebracht worden met loungen onder palmbomen, zwemmen in de turquoise zee, de meest verse vis eten die je ooit hebt gehad, en sterren die ‘s nachts diep in de Melkweg staren.

Bij aankomst worden we opgewacht door iemand van Three Brothers, ons hostel voor de komende dagen. Ze hebben een kruiwagen meegenomen waar ze onze backpacks in vervoeren en waar wij achteraan mogen hobbelen. Matthias verblijft ietsjes dichterbij de haven in the Green House, wat iets meer een backpackers hostel is dan de onze.

We mogen bij aankomst in de rij aansluiten van iedereen die net is aangekomen en wilt inchecken. Als we aan de beurt zijn betalen we meteen de kamer en als we ons proberen te settelen in de kamer merken we dat ons hor kapot is en dat er een invasie aan muggen in onze kamer rondvliegt. Na zo’n twintig muggen te hebben gekilld zijn we er klaar mee en vertrekken we naar Matthias om een stukje te gaan lopen en ergens een drankje te gaan drinken. Voordat we vertrekken geven we nog even door dat we een invasie aan muggen in de kamer hebben door een kapot hor, wordt de eigenaresse meteen verbaal boos op de schoonmaakster omdat ze het niet heeft doorgegeven en belooft ze ons dat het gefixt gaat worden. Deze avond eten we kreeft bij Bridget’s restaurant, wat minder fancy is dan het klinkt. We eten heel goedkoop rijst met kreeft en knoflook, wat wel heel erg lekker is!

Na het eten gaan we even terug naar het hostel en blijken ze al heel lang op ons te wachten. We krijgen namelijk een nieuwe kamer! Dit keer eentje zonder muggen en mét privé badkamer – goeie deal! Na verkast te zijn en een fles cola te hebben gehaald bij het winkeltje van ons hostel lopen we naar Matthias’ hostel om onze meegebrachte rum op te drinken. We spelen een spelletje kaarten wat Matthias heeft bedacht, waar Reni niet heel goed in is. We hebben dit al in Guatapé gespeeld, maar toen was het ook geen groot succes. Na een halve fles rum naar achter te hebben gewerkt besluiten we een kijkje te gaan nemen bij de Lighthouse, wat later het Lighthouse Hotel blijkt te zijn. Er zijn niet heel veel mensen en ook het barpersoneel doet een beetje raar, waardoor we na één biertje al besluiten te vertrekken. We nemen nog een kijkje bij de Reggae bar, waar we iets meer mensen verwachten dan we daadwerkelijk aantreffen. We treffen namelijk best een grote ‘club’, met maar een paar mensen binnen. Er zijn er een aantal aan het pokeren – onder anderen een politieman in uniform – en een handjevol andere mensen die aan de zijkant wat aan het drinken zijn. We drinken één biertje en houden het dan voor gezien. We zoeken lekker ons bed op.

De volgende dag gaan we naar Dolphin Dive om het boek op te halen om uit te leren voor onze Advanced Open Water (AOW) PADI cursus en gaan we ontbijten bij de Beach Bar. De rest van de dag brengen we als echte nerds door in de boeken en zorgen we dat we alles hebben gelezen en alle opdrachten hebben gemaakt voordat de cursus de volgende dag écht begint. In de avond eten we bij Tranquilo café. Reni eet een goddelijke vega burger met blauwe kaas en René gaat voor de burrito. Vandaag geen alcohol, of toch stiekem eentje voor Reni, omdat we de volgende dag vroeg gaan duiken.

De volgende ochtend worden we om acht uur verwacht bij de duikschool om door de opdrachten heen te gaan en alle duikspullen voor te bereiden. Dit kost ons op zich niet heel veel moeite omdat we vanaf drie uur ‘s nachts al gewekt worden door twee hele irritante hanen en vanaf zes uur ‘s ochtends de stroom eraf gaat, waardoor we geen ventilator meer hebben en ons bedje uitdrijven. We ontmoeten onze instructrice Molly, wat volgens de reviews een hele fijne is. Ze begint vrij fel, waardoor we ons in eerste instantie een beetje geïntimideerd voelen door haar, maar gelukkig maakt dit al snel plaats voor een hele leuke, doch strenge instructrice. Ook ontmoeten we een stel wat ook met ons de AOW cursus gaat doen en krijgen meteen te horen dat het buitengewoon talentvolle duikers zijn. Top, staan we nog meer voor schut! Nadat we onze duikspullen hebben voorbereid en voldoendes hebben gekregen voor ons huiswerk is het tijd om onze wetsuits aan te trekken en de boot in te stappen. We gaan duiken!

Tijdens de eerste duik gaan we onze Peak Performance Buoyancy verfijnen. Dit betekend dat we gaan werken aan de controle over ons drijfvermogen, de perfecte balans zoeken – zodat we als echte meer- minnen en mannen door het water kunnen gaan. Na het juiste gewicht aan onze riem te hebben hangen kunnen we in het water bepalen of we meer nodig hebben, of dat het voldoende is. Als het bij iedereen goed is gaan we naar beneden en gaan we allerlei leuke oefeningen doen op de bodem. Eerst moeten we als een soort boeddha een bepaalde tijd zweven boven de bodem, zonder onze handen of voeten te gebruiken om balans te houden. Niet echt gemakkelijk, maar het lukt ons na een tijdje. Er gaat ook een vierkant van buizen mee het water in waar we onderdoor, over- en doorheen moeten zwemmen, zowel op onze buik als op onze rug – wat een nieuwe ervaring is! We doen de oefeningen allebei niet in één keer goed, wat voor nogal wat gegrinnik in de duikmaskers zorgt. We krijgen het allebei voor elkaar om op onze rug niet horizontaal door het vierkant heen te zwemmen, maar schuin. Wat er dus voor zorgt dat we allebei met onze tank én ons hoofd recht op de bodem afzwemmen – lekker bezig! Na een aantal keer herhalen gaat het mwoah-mwoah, maar het kan ermee door volgens Molly. Na de eerste duik gaan we terug naar de duikschool voor een kleine pauze.

De tweede duik gaan we leren onderwater navigeren, wat we eerst maar op het droge gaan oefenen. We krijgen een duikkompas om onze pols en voeren de oefening allemaal prima uit. Easypeasy. De één gaat straks het kompas bedienen en de ander moet tellen hoeveel slagen we zwemmen met onze flippers. Niet de allertofste duik, maar het hoort erbij. Als we onderwater zijn voeren we de opdrachten uit en zijn wij ook niet de beste in deze oefening. Het blijkt onderwater best een beetje lastiger te zijn om niet te snel afgeleid te zijn. Tel je slagen met je flippers. Oké. “Eén, twee, drie… Hee, een rog! Was ik nou bij twee of drie? Shit, dit nadenken zorgt ervoor dat ik slagen mis! Argh!” Ook met het kompas zwem je gauw een graadje ernaast, waardoor we wel een metertje of vijf naast de juiste plek terecht komen. Gelukkig zijn we niet van plan ooit divemasters te worden of zonder een divemaster te gaan duiken.

Na een intensieve duik komen we weer boven en zijn we een paar uurtjes vrij. Matthias moet zijn theorie verder afmaken en wij gaan lekker ergens lunchen en chillen totdat we weer bij de duikschool moeten zijn. We eten een burger bij Tranquilo Café en chillen daarna wat in een strandstoel. Om vier uur worden we weer verwacht om de rest van de theorie door te nemen en dan vertrekken we om half zes voor een nachtduik – spannend! Het idee is precies hetzelfde, het is alleen donker, waardoor we een zaklamp moeten gebruiken. We doen nog een kleine oefening met navigeren en zwemmen daarna gewoon ‘vrij’ rond. We zien drie schildpadden, een aantal roggen en bioluminescentie. Het zijn onze eerste schildpadden, waardoor we daar al helemaal blij mee zijn, maar de bioluminescentie is helemaal tof. We doen de zaklampen met z’n allen eventjes uit en het wordt na een tijdje één groot sprookjeswonderland. Heel bijzonder! Als we onze tanks bijna hebben leeggezogen gaan we weer omhoog en komen we in het donker aan de oppervlakte, waarna we worden verrast door een enorme, prachtige, heldere sterrenlucht. Moe, maar absoluut voldaan stappen we de boot in en gaan we op weg naar het vaste land om de dag af te sluiten na een dag met maar liefst drie duiken.

De volgende dag worden we natuurlijk alweer vroeg verwacht bij de duikschool voor de laatste twee duiken van de AOW cursus. Deze gaan we doen op de mooiste duikplek die de Corn Islands te bieden hebben; Blowing Rock. Het schijnt er fantastisch mooi te zijn, dus het moet de kleine toeslag die we extra moeten betalen meer dan waard zijn. We doen de deep en de naturalist dive op deze plek. Helaas is deze duikspot wel wat verder gelegen dan de rest, waardoor we een uur lang een nogal hobbelig bootritje hebben. Als we aankomen zien we een deel van de Blowing Rock boven het water uitsteken en om de rest van de rotsformatie die onderwater ligt gaan we heen zwemmen. De eerste duik, de ‘deepdive’ gaan we wat dieper dan normaal, naar 25 meter, maar het is voornamelijk een fundive. We liggen amper in het water of we zien al een gevlekte adelaarsrog onder ons voorbij zwemmen – what! Eenmaal in het diepe genieten we van al het moois om de rock heen en zien we – buiten een zuidelijke pijlstaartrog – voornamelijk veel kleine kleurrijke vissen.

Terug op de boot hebben we een klein pauzetje, eten we wat koekjes, drinken we wat water, springen we zonder wetsuits het water in om even te zwemmen, maar eigenlijk stiekem om een plasje te doen en bereiden we ons voor op de tweede duik van de dag en de laatste duik van onze AOW cursus. De naturalist dive houdt eigenlijk in dat je het plaatselijke ecosysteem van je duik beter leert kennen en leert dat je het ecosysteem niet mag verstoren door bijvoorbeeld vissen of koraal aan te raken. In ons geval betekent het dat we, gewapend met een tekenbordje en een potlood, zo goed mogelijk de vissen, gewervelde en ongewervelde dieren en planten moeten tekenen en omschrijven die onze divemaster Molly aanwijst. Dit doen we zodat je deze aan wal nog kan omschrijven, herkennen en opzoeken en je daardoor steeds meer zeeleven gaat leren kennen. Eenmaal onder water gaat Reni vol goede moed van start, maar heeft René vooral zin om lekker rond te zwemmen en visjes te kijken. Dit maakt Reni niet zoveel uit, maar helaas is het de bedoeling dat we samenwerken tijdens deze opdracht en elkaar aanvullen waar nodig. Molly is een strenge instructeur en haalt René er daardoor elke keer weer bij om te helpen of om zelf iets te tekenen / omschrijven. Reni vermaakt zich kostelijk, René is gefrustreerd en Molly teleurgesteld. Richting het einde van de duik worden we nog afgeleid van de opdracht doordat er een haai voorbij komt zwemmen. Als we terugkomen bij de duikschool gaan we door onze meesterwerken heen en proberen we aan de hand van een encyclopedie op te zoeken welke vissen, gewervelde en ongewervelde dieren en planten we hebben getekend. René krijgt een 10+ als hij goed geobserveerd én getekend heeft dat de worm – die toch echt op een plantje leek – niet één maar twee kerstboompjes op zijn rug heeft. Pfieuw! Saved by the christmas tree worm!

Na alles nagekeken te hebben is iedereen met vlag en wimpel geslaagd en gaan we richting het hostel om ons om te kleden en wat te eten. René tovert ons brood om in knoflookbrood – nom! Na onze lunch gaan we terug naar de duikschool om onze cursus af te tikken en lopen we naar Tranquilo Café om te vieren dat we ons brevet gehaald hebben. We drinken een paar biertjes, waarna Matthias ons verlaat om een rondje eiland te gaan doen. René sluit later aan om naar de vuurtoren te gaan voor de zonsondergang en Reni blijft lekker zitten om wat aan het blog te werken. We boeken op dit idyllische plekje onze vliegtickets terug naar Europa. We vliegen op 25 mei van Orlando naar Glasgow voor het zalige bedrag van €135 euro per persoon! Matthias en René komen nét te laat aan voor de zonsondergang, waardoor Reni de mooiste foto’s maakt van de in het water zakkende rode vuurbal. We eten deze avond bij Rosa’s restaurant, een tentje die bijna identiek is aan Bridget’s restaurant, waar we de eerste avond hebben gegeten. We gaan ook voor dezelfde gerechten, lekker makkelijk (én goedkoop)! Bij Tranquilo Café drinken we nog een drankje en luisteren we naar een band met trommelaars, dansers en een DJ. Het geluid staat erg hard en wij zijn na twee dagen intensief met duiken bezig zijn aardig moe, waardoor we het feest niet zo goed trekken en besluiten om het voor gezien te houden. We gaan nog even naar ons hostel om de fles rum leeg te drinken, maar komen erachter dat we geen cola meer kunnen kopen. We mogen van een Canadees stel die ons eerder al kruidkoek gegeven heeft meedrinken van hun sinas en zitten met hun een tijdje te kletsen over hun reiservaringen.

De volgende dag ontbijten we met brood en gebakken banaan, checken we uit en halen we even verderop de goddelijke kruidkoek. We laten onze backpacks staan en gaan koffie drinken bij café Desideri. We gaan om half één lunchen bij de Beach Bar en moeten uiteindelijk rennen om de boot van half twee te halen die besloten heeft om een half uur eerder te vertrekken. De boot is vol, maar gaat weer terug om de rest van de mensen op te halen die ook om half twee wilden vertrekken naar Big Corn. Als we aankomen pakken we een taxi naar het hostel, nemen we een duikgenootje mee die heen en weer moet om geld te pinnen en hebben we uiteindelijk een gratis ritje doordat hij de chauf de hele rit betaald.

We slapen een nachtje op Big Corn bij Mimundo Corn Island Hostel, zodat we morgenochtend geen stress hebben van de boot en daarna het vliegtuig halen. René en Matthias nemen na het inchecken een duik in de zee en Reni vermaakt zich op de laptop. In de middag trekken we de laatste fles rum open en spelen we een aantal spelletjes. Het wordt uiteindelijk een avond om nooit meer te vergeten met een prachtige sterrenhemel op het dak, twee roggen voor onze neus in de zee en veel lachen, gieren, brullen. Reni heeft alleen dezelfde nacht al spijt van alle rum, want alles komt er zo hard als ze het achterover heeft geslagen weer uit…

De volgende ochtend staan we flink brak op om het vliegtuig te pakken. Alles verloopt eigenlijk vrij soepel, Reni weet het water wat erin is gegaan binnen te houden en we zitten keurig op tijd in het vliegtuig naar Managua. In Managua willen we de bus pakken naar het station waar we weer een bus richting Granada kunnen pakken, maar ook hier begint het bus-taxi spelletje weer opnieuw. Dit keer besluiten we vol te houden en net zo lang bussen aan te houden of mensen de weg te vragen tot we in de juiste richting komen. Gelukkig loont ons geduld en wilt een vrouw die staat te wachten bij dezelfde bushalte ons helpen naar het juiste station. De mevrouw stapt een bus in waar wij achteraan moeten gaan en betaald voor ons de bus. Na een tijdje in de bus te hebben gezeten verteld ze ons waar we uit moeten stappen, welke bus we daarna moeten hebben en stapt ze zelf een halte eerder uit. Zo gezegd, zo gedaan, we stappen uit en wachten op de juiste bus. Na een paar bussen komt er eentje voorbij waar dezelfde mevrouw in zit en ze zegt ons in te stappen, waarna ze wederom onze busrit betaald. Deze rit gaat naar de UCA Microbus Terminal, vanwaar we een microbus nemen naar Granada. Aangekomen bij deze halte proberen we de mevrouw nog wat geld toe te stoppen, maar dit laat ze niet toe. Wat een engel! Eindelijk iemand die ons graag wilt helpen en niet probeert op te lichten – heel fijn.

We vinden vrij snel de juiste microbus en rijden bijna meteen weg. Ook in deze bus betalen we weer een toeristentarief, omdat er met een backpack blijkbaar een dubbel tarief geldt. Niet helemaal fair omdat onze tassen uiteindelijk achterin de bak belanden, maar inmiddels zijn we te moe om tegen deze oplichters in te gaan, dus we betalen het maar gewoon. We stappen uit bij de kruising waar we een taxi naar Laguna de Apoyo moeten pakken en nemen vluchtig afscheid van Matthias, die weer naar De Boca en Boca in Granada teruggaat.

 

Comments are closed