Mexico, Valladolid

09-11 mei 2018

Rond vijf uur komen we aan in Valladolid en rent Reni Hotel Palacio Canton in om te vragen waar we kunnen parkeren. We worden naar de overkant van de straat verwezen, waar een achtertuin omgebouwd is naar een parkeerplaats. Deze plek lijkt minder veilig dan de straat, maar de meneer van de receptie verzekerd ons dat het een veiligere plek is voor de auto.

Valladolid is een klein, maar mooi, pastelkleurig, koloniaal dorp. Het trekt veel minder toeristen aan dan de strandsteden in Yucatan en is geen standaardplek op de backpackers reisroute, maar zou het misschien wel moeten zijn.

We checken in, leggen onze spullen in de kamer en gaan er meteen op uit om een rondje Valladolid te doen en opzoek te gaan naar een verfrissend drankje. Het dorp blijkt niet mega veel barretjes te hebben, waardoor we uiteindelijk bij Los Portales aan het centrale plein terecht komen. We drinken een biertje en bestellen guacamole met tacochips. Na een aantal biertjes besluiten we in het hotel nog wat te drinken, een afleveringetje van The Following te kijken en daarna lekker te gaan slapen.

We vertrekken de volgende ochtend in alle vroegte naar Chichen Itzá – het tweede wereldwonder tijdens deze reis. We vertrekken iets later dan gepland, omdat Reni de wekker per ongeluk heeft uit gezet en daarna weer in slaap is gevallen. Rond half acht gaan we rijden om de drukte en ergste hitte te vermijden. Ooit was Chichen Itzá het economische en religieuze centrum van de Maya’s. Het is in 2007 door het publiek verkozen tot het nieuwe zevende wereldwonder en ontvangt jaarlijks meer dan 1,2 miljoen bezoekers. Nog een leuk feitje is dat de grond waar Chichen Itzá op is gebouwd van 1944 tot 2010 – toen het verkocht werd aan de regering – eigendom is geweest van een Mexicaanse familie.

Als we om half negen beginnen aan onze self-guided-tour hebben we het complex zo ongeveer voor onszelf, het lukt ons zelfs om foto’s te schieten zonder andere mensen erop – yes! We starten bij de grote Kukulkan tempel, oftewel El Castillo – dé tempel waar het allemaal om draait. Hij blijkt bovenop een oude tempel én bovenop een cenote te zijn gebouwd, alhoewel wetenschappers er niet zeker van zijn of de Maya’s dit wisten – dat van die cenote dan. Na El Castillo lopen we door via het Venus Platform naar de Duizend Pilaren. Na de enorme hoeveelheid pilaren lopen we door naar één van de twee – of drie? – cenotes die Chichen Itzá rijk is.

Na het troebele water gaan we door naar het knekelhuis, de tempel van het hert, het rode huis, het observatorium, het huis van het verborgen handschrift, de kerk en het klooster. De meeste namen van deze gebouwen zijn overigens compleet uit de duim gezogen. Zo had de tempel van het hert een reliëf van een hert tussen al zijn tekeningen, in het rode huis is een stukje rode verf gevonden en het observatorium heeft een rond dakkapelletje, waar vandaan waarschijnlijk, maar niet zeker, naar de sterren gekeken werd. De oudere gebouwen op het complex zijn gebouwd in de Puuc stijl: de gevels zijn versierd met geometrische patronen, dieren en afbeeldingen van de regengod Chaac – daar is ‘ie weer, onze Sjaakie! We komen nog een flinke hagedis tegen die lekker uit een tempeltje loopt te hangen en keren daarna om naar de andere kant van het complex.

Dat we binnenkwamen werden we al vergezeld door allerlei lokale marktkooplui en inmiddels zien we overal kraampjes opgebouwd worden en horen we steeds meer “Only one dollar! Only one dollar!”. Allemaal troep natuurlijk – leuke souvenirs vinden wordt nog wel een dingetje.

We bezoeken de heilige cenote, waar het troebele groene water een dekmantel is voor de menselijke offers die de cenote herbergt. Er zijn onder anderen menselijke schedels, botten en goud in teruggevonden. Na de heilige cenote gaan we door naar de tempel van de krijgers, de tempel van schedels en het speelveld ter grootte van een Amerikaans voetbalveld, waar het spelletje ‘Pok Ta Pok’ werd gespeeld. Tijdens het rituele spel probeerden spelers – zeven tegen zeven – een rubberen bal van vijf kilo door hoge stenen ringen heen te slaan met hun heupen, waarna de verliezers van het potje volgens de reliëf tekeningen op de muur werden onthoofd.

Inmiddels is het half tien en al een flink stuk drukker én warmer dan toen we binnenkwamen. De eerste grote tourbussen zijn overduidelijk gearriveerd en het wordt dus tijd voor ons om te vertrekken. Terug bij het hostel kunnen we nog nét ontbijten – een prima continentaal ontbijtje wat bestaat uit vier getoaste broodjes met boter, twee plakken naturel cake, twee plakken choco cake, wat fruit, een koffie of thee en een glaasje sinaasappelsap. Na het ontbijt werkt Reni verder aan het blog en duikt René het zwembad in.

In de middag gaan we weer op pad en lopen we door Calzada de los Frailes – een straat die zich uitstrekt van het stadscentrum naar het San Bernardino klooster. Het staat bekend als de mooiste straat in Valladolid en dat is duidelijk te zien aan de ​​prachtige koloniale huizen die hier staan. Als we bij het San Bernardino klooster aankomen valt die eigenlijk lichtelijk tegen. De voorgevel is niet echt goed bijgehouden en ook het treurige stukje gras ervoor is niet echt uitnodigend om even op te gaan zitten. Gelukkig zit Yerbabuena del Sisal ook aan het plein en laat dat nou nét de plek zijn waar we willen gaan lunchen. Helaas is René zijn eerste keus qua eten en Reni haar eerste keus qua sap er niet en zijn ook de frietjes niet heel best, maar gelukkig zijn onze broodjes wel heel lekker.

Als we onze buikjes rond gegeten hebben gaan we terug naar het hotel en kleden we ons om voor een duik in de plaatselijke cenote. Cenote Zaci bevindt zich midden in de stad, slechts een paar blokken verwijderd van het centrale plein. Het is een minder druk bezochte cenote, relatief klein, maar perfect gevormd. Je kan van een nogal angstaanjagend hoog platform of gewoon via een trappetje het water in. Dat laatste doet Reni, met als excuus dat haar oor nog niet helemaal in orde is. René springt daarentegen vanaf drie verschillende plekken het water in, steeds een stapje hoger. De eerste sprong is vanaf zo’n drie meter, de tweede vanaf acht en de derde vanaf minimaal tien meter – held. Als we lekker zijn afgekoeld keren we terug naar het hotel en wordt er wederom aan het blog gewerkt. In de avond eten we heerlijke Italiaanse pasta’s bij Casa Italia en begint het zowaar buiten te regenen.

De volgende ochtend zorgen we dat onze tassen zijn gepakt en dat we om acht uur aan het ontbijt zitten. Na het ontbijt checken we uit en vertrekken we naar de cenotes Samulá en X’kekén. Deze twee naburige cenotes zijn veel toeristischer dan Cenote Zaci, maar ze zijn dan ook ietsjes meer bijzonder – het zijn namelijk allebei overdekte ondergrondse grotten.

Om negen uur lopen we cenote X’kekén in en hebben we de grot en het water helemaal voor onszelf, wat heel fijn en best wel indrukwekkend is. We duiken het koude water in en maken wat foto’s. Als we vergezeld worden door twee andere mannen besluiten we naar de volgende cenote te vertrekken, zodat zij ook wat foto’s in hun uppie kunnen maken. Cenote Samulá blijkt nog indrukwekkender te zijn dan X’kekén – het water is dieper en daardoor mooier van kleur, er hangen allamo wortels van het plafond tot bijna in het water, er hangt een indrukwekkende partij stalactieten en er zwemmen net als in de eerste cenote heel wat zwarte visjes. We zwemmen hier iets langer rond, maken nog meer foto’s, maar houden het weer voor gezien als het stel mannen ook hier aankomt. Buiten zien we nog een groepje wenkbrauwmotmots – hele mooie vogels – die we op de gevoelige plaat vast weten te leggen en daarna gaan we opzoek naar een plekje waar we ons om kunnen kleden. We komen voor de kassa niks tegen, dus besluiten we ons daar maar gewoon op het toilet om te kleden.

De volgende stop op de route is Las Coloradas. We rijden ongeveer twee uurtjes en komen dan aan in het kustplaatsje Río Lagartos. We rijden het dorp in waar we twee keer door mannetjes worden benaderd voor een boottour en komen er dan pas achter dat we eerder af hadden moeten slaan voor Las Coloradas en in dit gehucht écht alleen een boottour kunnen regelen. De eerst volgende mogelijkheid voor een U-turn nemen we en we rijden het dorp weer uit. Na een kwartiertje komen we aan in Las Coloradas, een klein Mexicaans vissersdorpje met een bevolking van zo’n 1000 inwoners. Naast het dorp liggen een reeks felgekleurde roze zoutmeren aan de rand van de Golf van Mexico. De regio maakt deel uit van het biosfeerreservaat Río Lagartos, een beschermd moerasgebied met dieren zoals flamingo’s, krokodillen, zeeschildpadden, jaguars en allerlei zeevogels. Het reservaat beslaat ongeveer 150.000 hectare.

De levendige roze kleur van deze meren is te wijten aan roodgekleurde algen, plankton en de pekelgarnaal die goed gedijen in deze zoute omgeving. Terwijl het water verdampt, worden de organismen meer geconcentreerd en glanzen ze roze in het heldere Mexicaanse zonlicht. De reden waarom de flamingo’s hier niet wit maar roze zijn, is dan ook omdat ze deze roze wezentjes eten.

We wimpelen een paar zogenaamde gidsen af – zie bieden zichzelf aan als gids en vertellen ons dat we alleen met hun dichterbij de roze zoutmeren mogen komen en wat flamingo’s mogen spotten. Ondertussen kunnen we prima fotootjes schieten zonder op privé terrein te komen en ook de flamingo’s kunnen we vanaf hier goed genoeg spotten. We schieten een paar mooie kiekjes bij de roze meren en een stukje verderop leggen we ook de flamingo’s vast op de gevoelige plaat. Na de fotosessie rijden we een stukje terug naar een strandopgang om even naar de zee te gluren. De zee is hier prachtig, er zijn weinig mensen en er spoelt een stuk minder zeewier aan dan aan de kust bij Tulum. Na een toiletbezoekje stappen we de auto weer in en rijden we verder richting onze eindbestemming Mérida.